Annet (63) stond niet te trappelen toen ze een oproep van de gemeente kreeg om vrijwilligerswerk te doen. Ze was door economische omstandigheden haar baan als secretaresse kwijtgeraakt en had zich, vanwege haar leeftijd en talloze afwijzingen, al neergelegd bij een arbeidsloos bestaan. Toch ging ze na een prettig gesprek bij het BON aan de slag als taalcoach voor politieke vluchtelingen. Het betekende een enorme verrijking voor zowel haar eigen leven als dat van haar cliënten.
“De brief van de sociale dienst kwam een beetje onverwacht”, vertelt Annet. “Er werd mij opeens gevraagd iets terug te doen voor de samenleving. Ik had daar eigenlijk geen rekening meer mee gehouden. Bij het BON heb ik vervolgens een prettig intakegesprek gehad met Reza Mansourian. Samen kwamen we er al gauw achter dat werken op een kinderboerderij of in de zorg niet bij mij paste. Maar taalcoach voor politieke vluchtelingen, ja dat prikkelde toch wel mijn nieuwsgierigheid!”
Inmiddels heeft Annet twee cliënten onder haar hoede. De ene cliënte komt uit Iran, de andere cliënte uit Togo. Annet: “Er ging een wereld voor me open. Ik had me nog nooit verdiept in deze landen en de culturen en gewoontes van de mensen die er vandaan komen. Toen ik bijvoorbeeld kennis ging maken met Sahar, vroeg ze mij vriendelijk om bij de voordeur mijn schoenen uit te doen. Daar moest ik even aan wennen.

Vriendinnen waren ze natuurlijk niet meteen. “Het vertrouwen moet groeien”, legt Annet uit. “Sahar durfde eerst niet veel te praten. En dat is best te begrijpen, als je weet waar ze vandaan komt en wat ze heeft meegemaakt. Maar nu gaat het heel goed. Sahar is erg creatief. Zo ontwerpt en naait ze haar eigen kleding. Op vrijdag gaan we samen naar de markt om stoffen, garen en knopen te kopen. En om lekker koffie te drinken. Hartstikke gezellig!”
Het werk als taalcoach gaat in de praktijk dan ook een stuk verder dan alleen het helpen bij het leren van Nederlands. Annet: “De dames zijn echt vriendinnen van me geworden. Het is ook heerlijk om te zien dat ze vorderingen maken en steeds meer zelfvertrouwen krijgen. Niet alleen wat de taal betreft, maar ook bij het vinden van hun weg in de samenleving. Ik vind het fantastisch dat ik ze daarbij kan helpen en op die manier kan bijdragen aan hun geluk.”
